Inhoudsopgave

Samen doen - Jaarverslag 2016

Voorwoord

Namens het bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) doe ik u het jaarverslag 2016 toekomen. Een jaar waarin de dienst weer verder is geprofessionaliseerd. Medio 2016 is de nieuwe directie aangesteld. Samen met onze medewerkers vormen zij inmiddels een hecht team. De samenstelling van Dagelijks Bestuur is in het jaar ook gewijzigd. Na de verkiezingen voor de nieuwe gemeente Meierijstad maakt de heer Van Burgsteden geen deel meer uit van het Dagelijks Bestuur. Voor zijn inzet zijn wij hem zeer dankbaar. Hij is opgevolgd door de heer Pennings van de gemeente Vught.

Door een aantal noodzakelijke (incidentele) uitgaven is 2016 met een negatief resultaat afgesloten. Een resultaat die we binnen de organisatie kunnen opvangen. Verwacht mag echter worden dat door de wijze waarop de organisatie in samenspraak met de deelnemers doorgroeit naar volwassenheid, kwantitatieve tegenvallers tot het verleden gaan behoren. Het bestuur deelt dan ook het vertrouwen van de directie dat uiterlijk in 2019 het weerstandsvermogen weer boven de 1,0 zal uitkomen. Met de wetenschap dat er scherp aan de wind gezeild moet worden.Temeer omdat nieuwe uitdagingen zich al aandienen. Zo zal bijvoorbeeld de komende periode extra aandacht worden besteed aan het ramen van de kosten als gevolg van de invoering van de Omgevingswet. De invoering zal namelijk grote impact hebben op de informatievoorziening en de interne bedrijfsvoering, zoals onder andere het bijscholen van medewerkers. Duidelijkheid op landelijk niveau over de wijze waarop de dienst gecompenseerd zal worden, is er helaas nog niet. 

Tot slot kan ik melden verheugd te zijn dat de stabiliteit van de organisatie merkbaar verbeterd is door ondermeer het maken van concrete werkafspraken met de deelnemers. Alle deelnemers zijn er immers bij gebaat als je weet wat je van de ODBN mag verwachten. De directie ondersteunen wij volledig met deze ingeslagen weg. Tevens merk ik graag op dat de kennis en kunde op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving door onze deelnemers positief wordt beoordeeld. Een teken dat de organisatie goed bezig is en de medewerkers trots mogen zijn op deze ontwikkeling. De ODBN houdt dan ook vast aan de ingeslagen weg met de wetenschap dat het werk een belangrijke bijdrage zal blijven leveren aan een schone en veilige leefomgeving in Brabant Noord.

Met vriendelijke groet,

Matthie van Merwerode
Voorzitter Bestuur ODBN

Matthie

Inleiding

Met plezier kijk ik terug op 2016. Vanaf 1 september heb ik de organisatie als directeur goed leren kennen. Ik zie zeer betrokken en deskundige medewerkers met hart voor hun werk. Onze deelnemers hebben steeds meer vertrouwen in de ODBN en dat zien we terug in de opdrachten die we van hen ontvangen. Met een verdere kwaliteitsverbetering en een betere capaciteitsplanning moet het ons lukken om de komende jaren de ambitie van ons en onze deelnemers tot een succes te maken.

We hebben in 2016 op allerlei gebieden stappen gezet. Zo zijn we verder gegaan om de handhaving en het toezicht ‘slimmer’ te gaan organiseren door meer op basis van informatie en risico’s dit werkveld op te pakken. De komende jaren zal dit een speerpunt blijven. Het overleg met de deelnemers over de nieuwe Omgevingswet is gecontinueerd. De komende jaren gaan we ons intern voorbereiden op deze nieuwe wet, maar ook de deelnemers ondersteunen bij specifieke vraagstukken die er spelen bij de implementatie. Daarnaast is vanaf 1 januari 2017 een nieuwe wet in het kader van de Natuurbescherming in werking getreden. In 2016 hebben we de nodige stappen gezet om klaar te zijn voor deze aanpassingen in onze provinciale taken.

In 2016 is er een groot aantal projecten (bouwstenen) opgestart om onder andere de bedrijfsvoering op orde te brengen. Dit heeft veel tijd van de medewerkers gevraagd. Per 1 januari 2017 zijn de meeste projecten als onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering weer in de lijnorganisatie teruggebracht.

Daarnaast was het ziekteverzuim, met name het langdurige, in 2016 veel hoger dan geraamd. Eind 2016 zijn maatregelen genomen om het ziekteverzuim aan te pakken wat al heeft geleid tot concrete resultaten.

De organisatie heeft sinds haar start grote stappen gezet, maar op onderdelen dient een verdere doorontwikkeling nog plaats te vinden. Uit een meting blijkt dat onze dienst inmiddels grotendeels voldoet aan de kwaliteitscriteria 2.1, zoals die zijn opgenomen in de wet. Op de onderdelen waar we nog niet aan voldoen zal dit uiterlijk 1 januari 2018 het geval zijn. Er blijven echter een aantal zaken die de komende jaren om extra aandacht vragen en het nodige beslag zullen leggen op personele capaciteit en middelen.

Ik heb er alle vertrouwen in dat we samen met onze deelnemers de komende jaren werken aan een organisatie die, als natuurlijk verlengstuk van de deelnemers, zorgt voor een schone en veilige leefomgeving.

Jan Lenssen
Directeur

Jan Lenssen

Wisseling directie ODBN

Met de benoeming van Jan Lenssen als directeur van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) en Arnold van Kraaij als Manager Bedrijfsvoering is de directie compleet. Vanaf 1 september 2016 bouwen zij samen met Mark Pepping, Procesmanager VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) verder aan de ontwikkeling van de ODBN. Die ontwikkelingen zijn er de komende jaren op gericht om de ODBN en de deelnemers klaar te stomen voor de Omgevingswet en de ODBN te positioneren als hét kennis- en expertisecentrum voor landbouw en groene wetgeving.

Jan Lenssen was voorheen gemeentesecretaris van de gemeente Landerd. Vanuit die rol is hij goed bekend met de ODBN en de veranderende omgeving. "Als gemeentesecretaris ben ik intensief betrokken geweest bij de vorming, opstartfase en ontwikkeling van de ODBN. Die betrokkenheid helpt mij nu om de uitdagingen waar de ODBN voor staat voortvarend en met veel enthousiasme op te kunnen pakken."

Mark Pepping werkt vanaf de eerste dag bij de ODBN. Hij is daar begonnen als Afdelingsmanager Vergunningen. Daarvoor werkte hij 15 jaar bij de Milieudienst Zuid-Holland Zuid in diverse leidinggevende functies, waarna hij de overstap maakte naar het RMB. "Ik ben dus zeer bekend met het werkveld. Afgelopen jaren heb ik goede relaties opgebouwd met onze gemeentelijke en provinciale deelnemers."

"De ODBN heeft aansprekende ambities geformuleerd en ik ben blij dat ik deel uit mag maken van deze nieuwe directie en mijn bijdrage hieraan kan leveren", aldus Arnold van Kraaij. Hij is nog een onbekende bij de ODBN. Hij zal met zijn frisse blik en met een ruime ervaring op het gebied van financiën, bedrijfsvoering en organisatieontwikkeling, bij onder andere de gemeente Utrecht, de directie completeren.

Nieuwe directie ODBN

Ruimte voor ontwikkeling

De ambitie is groot en er is veel energie om er iets moois van te maken. De directie wil een veilige en stabiele omgeving voor de medewerkers creëren waarin ruimte is voor ontwikkeling. De ODBN is immers een jonge organisatie die de ruimte moet krijgen om te groeien en volwassen te worden.

"We gaan voor een hoge kwaliteit, zodat de deelnemers trots kunnen zijn op hun ODBN. We leveren een hoog kennisniveau, zijn betrouwbaar en transparant, komen onze afspraken na en zijn proactief", aldus de nieuwe directie.

Begrote en gerealiseerde omzet pet taakgebied

Taken en prestaties

Basistaken

Het basistakenpakket vormt het fundament van de omgevingsdienst. Uitgangspunt voor het basistakenpakket zijn de afspraken zoals die landelijk zijn bekrachtigd. Deze taken zijn verplicht ingebracht door de deelnemers.

Verder zit in de inbreng van basistaken een verschil tussen de provincie als deelnemer en de gemeentelijke deelnemers. Dit wordt veroorzaakt door een verschil in de afgesloten package deal. De inbreng van het provinciale takenpakket gaat verder dan het gemeentelijk pakket. Daarnaast heeft de provincie Noord-Brabant bij de oprichting van de omgevingsdiensten in Brabant besloten om alle uitvoeringstaken (WABO-breed) gedeeld dan wel ongedeeld in te brengen bij de drie Brabantse diensten.

Mestverwerking

De mestproblematiek in Brabant heeft in 2016 veel krantenkoppen opgeleverd. Een gevoelig onderwerp voor de politiek, maar ook voor omwonenden. De ODBN heeft een belangrijke rol in deze problematiek als uitvoerder van wet- en regelgeving voor onze deelnemers. We krijgen te maken met tegenstrijdige bestuurlijke belangen vanuit de verschillende opdrachtgevers. Voor de ODBN ligt hier de kans om samen met onze deelnemers en andere externe partners op te trekken en de problemen te bespreken en te tackelen.

Wat is de mestproblematiek?
We hebben in Noord-Brabant veel landbouwhuisdieren en de bijbehorende mest. In de Meststoffenwet zijn kaders opgenomen hoe met deze mest om te gaan. Veehouders houden een mestboekhouding bij die is gerelateerd aan de fosfaatproductie binnen hun bedrijf. De productie van de mest is groter dan de hoeveelheid die binnen onze provincie of Nederland mag worden gebruikt op de landbouwgronden. Veehouders moeten daarom een deel van de mest die overblijft, het mestoverschot, laten verwerken.

Mestverwerking

Mest verwerken
Het mestoverschot kunnen veehouderijen op diverse manieren verwerken. Zo zijn er bedrijven die op hun eigen bedrijf het mestoverschot verwerken door mestscheiders. Er zijn grootschalige mestverwerkers en er zijn een aantal initiatieven die mest, afkomstig van derden, willen verwerken.

Bij het gebruik van mestscheiders op eigen terrein zien we dat dit niet altijd legaal gebeurt. Afhankelijk van de capaciteit van de scheiders en de omvang van de veehouderij zijn sommige vergunningplichtig. En die vergunning is niet altijd aanwezig. Omdat deze scheiders vaak maar enkele dagen per jaar binnen de inrichting staan, is het lastig om grip te krijgen op deze groep mestverwerkers. Hier zal in 2017 extra op worden ingezet.

Gezondheidseffecten
Wie zien steeds meer dat vergunningprocedures voor mestverwerkers, die mest afkomstig van derden verwerken, leiden tot grote maatschappelijke onrust in de omgeving van deze initiatieven.

Omwonenden van de te realiseren mestverwerkers maken zich zorgen over gezondheidseffecten samenhangend met de mogelijke uitstoot van ziekteverwekkende micro-organismen. De meeste micro-organismen zijn voor de mens niet schadelijk. Er bestaan echter ook micro-organismen die ziekteverwekkend kunnen zijn. Voorbeelden zijn endotoxinen MRSA-, de Q-koorts of de Legionellabacterie. Deze ziekteverwekkende micro-organismen komen vooral voor bij een combinatie van een veehouderij en mestverwerking. De grote mestverwerkers houden zelf geen dieren binnen de inrichting.

Ook de komende jaren blijft de ODBN betrokken bij deze mestvraagstukken. Het gezondheidsaspect zal daarbij zeker een grote rol spelen.

Verzoektaken

Naast het landelijke Basispakket verricht de ODBN ook taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op verzoek van een of meerdere deelnemers.

Grote aantallen dumping chemisch afval uit XTC-labs in Brabant Noord

Nog nooit werd zo veel chemisch afval uit xtc-labs gedumpt in de provincie Noord-Brabant als in 2016. In heel Nederland waren er in 2016 177 geregistreerde dumpingen. Dit is echter het topje van de ijsberg. Volgens de Landelijke Eenheid van de politie verdwijnt 75% van het XTC-afval op talloze andere manieren. Denk hierbij aan lozen op het riool of vanuit rijdende vrachtwagens.

In het gebied van de ODBN alleen al is de consignatiedienst bij een twintigtal synthetische drugsdumpingen ter plekke geweest. De deskundige medewerkers van de consignatiedienst binnen de ODBN staan 24/7 klaar om in het kader van de omgevingszorg milieubeheer erop toe te zien dat de dumpingen op een juiste en veilige wijze worden opgeruimd en gesaneerd.

XTC dumping

Grote milieuschade
De hoeveelheden gedumpte chemicaliën variëren van enkele honderden tot vele duizenden liters. Dit brengt gevaren met zich mee voor de gezondheid van mens en dier. De milieuschade door de dumpingen is vaak groot en de kosten voor het opruimen van het afval zijn hoog. Die kosten komen op het bordje van de grondeigenaar, meestal de gemeente, waterschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en incidenteel een particulier. Om de schade zo veel mogelijk te beperken werkt de ODBN volgens een Brabant-breed protocol opgesteld voor de handelwijze bij dergelijke dumpingen of lozingen. Het primaire doel is invulling te geven aan het begrip “de vervuiler betaalt”. Vanaf 1 januari 2016 kunnen gedupeerden, mits aangifte wordt gedaan bij de politie, vanuit een subsidiepot bij de provincie Noord-Brabant een gedeelte van hun kosten vergoed krijgen.

Verbreden van de provinciale weg N279 (’s-Hertogenbosch – Veghel)

In 2015 is door Combinatie De Vaart in opdracht van de provincie Noord-Brabant gestart met het verbreden van de provinciale weg N279 (’s-Hertogenbosch – Veghel) van 2- naar 4-baans. De weg loopt over het grondgebied van de gemeente ’s-Hertogenbosch, Sint-Michielsgestel, Bernheze en Veghel.

Het team Besluit bodemkwaliteit van de ODBN heeft in 2016 met de verschillende partners (onder andere Rijkswaterstaat en Waterschap Aa en Maas) het toezicht op alle werkzaamheden uitgevoerd, waarbij het zwaartepunt namens de gemeenten lag op grondverzet en het gebruik van bouwstoffen.

Hergebruik stoffen
2016 stond onder andere in het teken van het verwijderen van (al dan niet teerhoudend) asfalt en het hergebruik hiervan als funderingsmateriaal onder de nieuwe weggedeelten. De aannemer moet van de provincie voldoen aan een zo laag mogelijke CO2 footprint. Er is daarom door de aannemer gekozen om het vrijkomende asfaltgranulaat in de weg her te gebruiken. Het asfaltgranulaat is vermengd met bindmiddel en als funderingsmateriaal gebruikt. Hierbij konden de regels van het Besluit bodemkwaliteit niet gevolgd worden. De regel is namelijk dat de kwaliteit van de toe te passen bouwstof voorafgaand aan de verwerking bekend is en voldoet.

Kwaliteit handhaven
In overleg met de aannemer is achteraf de kwaliteit aangetoond. De ODBN heeft het onderzoek uit laten voeren door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). De ODBN had er vertrouwen in dat het ontstane AGRAC (AsfaltGRAnulaatCement) zou voldoen aan de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit. Het onderzoek toont dat ook aan. Hiermee heeft de ODBN als toezichthoudende en adviserende overheidsorganisatie de regels praktisch uitgelegd en uitgevoerd, waarbij uiteindelijk een hoop geld is bespaard door de aannemer en rekening is gehouden met het milieu.

Geluidsproblematiek op de Markt in Veghel

De geluidsproblematiek op de Markt in Veghel kent een historie van vele jaren. Eerdere inspanningen om deze situatie op te lossen hebben onvoldoende resultaat opgeleverd. Door aanhoudende klachten van geluidoverlast, van de omwonden van de Markt in Veghel, was in 2016 de maat vol voor de gemeente.

Het doel van de controles was om na te gaan of de vier cafés op de Markt in Veghel de basis op orde hebben. Zijn er actuele meldingen (Activiteitenbesluit) gedaan en akoestische onderzoeken uitgevoerd? Zijn er (aanvullende) maatwerkvoorschriften opgelegd en reeds akoestische maatregelen getroffen?

Omwonenden
Om de situatie zo objectief mogelijk te bekijken, werd in samenspraak met de gemeente Veghel besloten om alle cafés te controleren. Op initiatief van de ODBN werd afgesproken dat de vertegenwoordigers van de omwonenden uitgenodigd werden voor een gesprek. Doelen van dit gesprek waren om de ervaren geluidoverlast te bespreken, het geschade vertrouwen te herstellen, frustratie weg te nemen en om uitleg te geven over het te volgen (handhaving)traject.

Controletraject
Uit de controles is gebleken dat het naleefgedrag van de cafés wisselend was en dat bij geen van de cafés aan alle voorwaarden werd voldaan. In 2016 heeft de ODBN namens de gemeente daarom de cafés aangesproken op deze voorwaarden en verzocht deze binnen een bepaalde termijn te herstellen.

Resultaat
Sinds de start van het traject zijn de klachten verminderd, waarschijnlijk ook doordat de omwonenden meegenomen worden in het traject. De klachten die er nog zijn, houden grotendeels verband met evenementen op de Markt en lijken dus minder voort te komen uit de reguliere bedrijfsvoering van de cafés.

De Markt in Veghel

Collectieve taken

Naast basis- en verzoektaken worden door de ODBN taken uitgevoerd voor alle deelnemers gezamenlijk, de zogenaamde collectieve taken. Opdracht is om op een gerichte en professionele wijze ondersteuning te leveren bij het verbeteren van de kwaliteit en doelmatigheid van de VTH taakuitvoering, het versterken van een Brabant brede ketenaanpak en het tegengaan van milieucriminaliteit.

In 2016 is, evenals in 2015, ingezet op verbetering van de taakuitvoering binnen de ODBN als onderdeel van de basis op orde. Zo zijn opnieuw een aantal stappen gezet om te komen tot één regionaal VTH-proces. Ook de ketenaanpak heeft weer een aantal mooie resultaten opgeleverd. Verder is een regionaal netwerk opgezet in verband met de komst van de Omgevingswet en zijn acties uitgevoerd die bijdragen aan de transitie naar een zorgvuldige veehouderij en de energietransitie.

BPO speerpunt: asbest

Vanaf 2024 worden asbestdaken verboden. De Wettelijke basis hiervoor wordt medio 2017 verwacht. Net als in 2016 is asbest ook in 2017 één van de BPO speerpunten. Eigenaren van daken worden verantwoordelijk voor de verwijdering van het asbest. Tot nu toe ervaren eigenaren nog weinig urgentie om de sanering op te pakken.

Voor Noord Brabant is de schatting dat er circa 22 miljoen m2 asbestdaken liggen waarvan circa 7 miljoen m2 in Brabant Noord. Het merendeel van de oppervlakte (70-80%) ligt bij agrarische bedrijven.

Het resultaat van het BPO project 2016 bestaat onder andere uit:

  • Overzicht en analyse van diverse inventarisatiemethoden voor de omvang en locatie van asbestverdachte daken (waar ligt hoeveel asbest?)
  • Aanzet voor een communicatiestrategie gericht op verschillende doelgroepen (agrariërs, particulieren en overige eigenaren)
  • Ontwikkeling meerjaren programma, werken aan draagvlak en mogelijke financiering
  • Netwerk ontwikkeling met deskundigen en actoren

Asbest

Werken met digitale checklisten

Door gebruik te maken van het digitale toezichtsinstrument “Digitale checklisten” kan de doelmatigheid van de VTH taakuitvoering binnen de ODBN verbeteren. Het gebruik van digitale vragenlijsten is in 2016 verder uitgebreid. Hiervoor is een werkwijze ontwikkeld en een werkinstructie opgesteld. Ook zijn een groot aantal digitale checklisten gebouwd waaronder die voor agrarische bedrijven. Hierdoor wordt eind 2016 naar schatting bij 80% van de inspecties, uitgevoerd door de ODBN, gebruik gemaakt van een digitale vragenlijst.

Digitaal werken is niet alleen een verandering voor de inspecteurs, maar ook voor de bedrijven die de ODBN controleert. In plaats van de brief die ze voorheen van de ODBN ontvingen, krijgen ze nu een bericht per mail met een link naar het dossier en de mogelijkheid om zelf informatie toe te voegen. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld nu zelf aangeven dat een overtreding is opgelost. Dit stelt bedrijven in staat hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

In 2016 zijn met behulp van Digitale Checklisten in totaal:

  • 1250 inspecties uitgevoerd
  • 37000 constateringen vastgelegd
  • 1600 overtredingen vastgelegd
  • 6000 foto’s toegevoegd
  • 7000 opmerkingen toegevoegd

In 2017 wordt het werken met Digitale Checklisten verder verbeterd en geïntensiveerd. Streven is om bij elke inspectie gebruik te maken van een digitale checklist. Digitale Checklisten stelt de ODBN in staat de kwaliteit van inspecties te borgen en transparant te werken.

Sociaal jaarverslag 2016

Sociaal jaarverslag 2016

Samengevatte jaarrekening - Balans per 31 december 2016

Jaarrekening 2016 v1

Staat van baten en lasten

Staat van baten en lasten 2016

Resultaat definitief

Toelichting op de jaarrekening

De jaarrekening 2016 van de ODBN sluit met een nadelig resultaat van €757.000. Dit negatieve resultaat wordt in hoofdzaak veroorzaakt door incidentele uitgaven en is als volgt globaal te specificeren:

 Eenmalige reservering vakantiegeld (IKB)

 nadeel € 375.000

 Verlaging bijdrage VVGB gelden 2014

 nadeel € 107.000

 Eenmalige ICT kosten

 nadeel € 160.000

 Mutaties in reserves

 nadeel € 355.000

 Diverse verschillen

 voordeel € 90.000

 Sub totaal

 nadeel  € 907.000

 Batig resultaat exploitatie BCA

 voordeel  €150.000

 Resultaat 2016

 nadeel € 757.000

Het exploitatieresultaat van de BCA van € 150.000 wordt, conform afspraak met de betreffende deelnemers aan hen terugbetaald. Het negatieve resultaat van de ODBN van € 907.000 wordt afgedekt door onttrekkingen uit:

1. de algemene reserve

 € 552.000

2. de reserve sociaal beleidskader

 € 79.000

3. de reserve plan van aanpak 

 € 71.000

4. de reserve vakantiedagen

 € 205.000

Bestuurscommissie Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel (BCA)

De Bestuurscommissie Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel heeft een eigen jaarverslag. In dit beknopte verslag kunt u lezen wat de belangrijkste ontwikkelingen waren op het gebied van huishoudelijk afval in 2016. U kunt het jaarverslag vinden op www.afvalaanbieden.nl

Logo BCA

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Wij hebben de jaarrekening 2016 van de gemeenschappelijke regeling ODBN gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2016 en het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over 2016 met de toelichtingen, waarin opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Accountantsverklaring

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Brabant Noord, een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2016 als van de activa en passiva per 31 december 2016 in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2016 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen.

Wij hebben de WNT-verantwoording van ODBN gecontroleerd met inachtneming van het Controleprotocol WNT. Wij kunnen concluderen dat de opgenomen toelichting in de jaarrekening, na doorvoering van de correcties naar aanleiding van onze controle, voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

In totaal resteren in de jaarrekening 2016 geen ongecorrigeerde controleverschillen, welke de raporteringstolerantie overschrijden.

Wij hebben vastgesteld dat het jaarverslag overeenkomstig het BBV is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is en het jaarverslag in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de ODBN en haar omgeving geen materiële onjuistheden bevat.